Doel van het project
Op een integrale en planmatige manier de
verschillende oorzaken van zwerf, drijf- en dumpafval in- en langs
beken, plassen en kades in Zuid- en Midden Limburg binnen het
werkgebied van WRO aanpakken om te komen tot vermindering van het
afval en uiteindelijk de kosten voor verwijdering te
beperken.
Inhoud van het plan van aanpak
In het plan van aanpak zijn meerdere
aspecten beschreven die moeten leiden tot een vermindering van het
drijf- en zwerfafval. Samenwerking met externe partijen, waaronder
Rijkswaterstaat en stichting Ark wordt vanuit het project
nadrukkelijk gestimuleerd.
Verdere aandachtspunten in de aanpak zijn
een goede registratie van de hoeveelheden zwerf, drijf- en
dumpafval, actieve communicatie naar burgers, het uitvoeren van
educatieve projecten op scholen en het uitvoeren van opruimacties.
Waar nodig zullen voorzieningen aangebracht worden en op zogenaamde
'hotspots' zullen handhavingsacties opgezet worden. Daarbij worden
preventieve en zonodig repressieve handhavingsinstrumenten
ingezet.
Investering in geld
De totale begrote kosten van het project
bedragen ±€ 300.000,-. Het project is als
proeftuinproject bij SenterNovem aangemeld en wordt door
SenterNovem mede gefinancierd door subsidiegelden uit het
Impulsprogramma Zwerfafval.
Resultaat
Vertegenwoordigers van verschillende
Limburgse organisaties zijn bij elkaar gekomen om de samenwerking
bij de aanpak van zwerfvuil te bekrachtigen en verder uit te
breiden.
Tegelijkertijd kregen leerlingen van basisschool 't Breerke uit
Maasbracht een les over zwerfvuil waarna de leerlingen om 09.30 uur
startten met een opruimactie.
Een deel van het vuil is gebruikt om
het Maasmannetje mee aan te kleden. Zodat hij weer
met een gevulde mantel in Luik kon verschijnen.
In de toespraak die het Maasmannetje een paar jaar geleden ook
in Luik hield, hoopte hij dat zijn mantel een volgende keer na een
duik in de Maas helemaal vol zou komen te hangen met
waterranonkels.
De vlottende waterranonkels zijn inderdaad terug in
de Grensmaas, maar de hoeveelheid drijfvuil lijkt nog
geen spatje minder te zijn geworden.
Conclusie
Er is nog een hoop werk te doen om de hoeveelheden drijf- en
zwerfvuil in het stroomgebied van de Maas te verminderen,
maar we geven het niet op!